In een artikel van een Duitser (die de Heiland Splitgrade ook gebruikt als densitometer) heb ik ooit gelezen dat hij - wanneer hij een grijskaart fotografeert om later de densiteit te kunnen meten - niet op de grijskaart scherpstelde maar op "oneindig". Dat heb ik overgenomen, maar omdat ik er gisteren achter kwam (na een testje) dat dat toch wel 2/3 stop kan schelen (scherpe versus onscherpe grijskaart bij dezelfde belichting) vroeg ik me af wat je nou het beste kunt doen.
Logisch gezien lijkt me een scherpe grijskaart eigenlijk meer zeggen, omdat je dat in de praktijk (met een bepaald onderwerp) ook doet... of zie ik dat verkeerd?
dit ga ik zeker volgen, ik heb het ooit op de fotoschool moeten doen en toen was het ook scherpstellen op oneindig, beeldvullend fotograferen.
2/3 stop verschil? das echt al wel de moeite, dat had ik niet verwacht.
Tom
Een interessante vraag, waar ik nog nooit over heb nagedacht.
Mijn eerste reactie zou zijn dat bij instelling op oneindig de afstand van het optisch centrum van het objectief tot de film iets kleiner is dan bij (bij voorbeeld) 1 meter. Dit speelt in de praktijk alleen een rol bij macro opnames met een forse balguittrek (of tussenringen), maar heeft misschien ook een gering effect bij instellingen tussen oneindig en close up. De nominale f stop is eenvoudig een rekenkundige grootte: brandpuntafstand gedeeld door lensopening (anders dan T stops, die de lichtdoorlatendheid van het objectief in de berekening betrekken). Close up is de afstand tot de film iets groter, wat in een nominaal hogere f stop resulteert. Het is marginaal, maar misschien verklaart dit het verschil.
Ik heb vorige week in Doesburg twee Kodak A4 18% grijskaarten gekocht en zal het eens proefondervindelijk vaststellen (kan even duren voordat de film vol is en in de tank gaat).
Waarom zou het onscherp moeten zijn ? Het wijkt af van de normale praktijk.
Zie bijgevoegde artikel (text in rood m.b.t. de scherpstelafstand). "Fotohuis Rovo" weet waarschijnlijk wel wie de auteur is. Maar dat is dus ook mijn vraag... waarom onscherp???
Originally Posted by l.p. koster
Hoe kom je tot een 2/3 stop verschil ? Was dit een opname op de zelfde film?
De opnames zijn in een testsituatie genomen met daglicht, vlak na elkaar op een zwaarbewolkte dag. Ik sluit verandering in licht uit omdat ik met de spotmeter kort voor en na de belichtingen meet. De betreffende film was kodak TX400 en ik kreeg de volgende densiteiten:
Scherp: 0.15 (zou zone II moeten zijn, maar is dus meer zone I 1/3)
Onscherp: 0.26 (is .02 meer dan zone II... maar close enough voor mijn doeleinden)
Originally Posted by l.p. koster
Ook ik heb belangstelling voor dit onderwerp, wat is het doel van je test ? Wat wil je te weten komen ?
Op dit moment ben ik serie portretten aan het maken (zie m'n website), en de 20 rolletjes die ik laatst bij [S]Color in A'dam had besteld hadden een nieuw batchnummer (0451 011 - 09/2009). Dan doe ik altijd even een kleine test (zone II, V en VIII checken) om te kijken of er drastische wijzigingen zijn geweest in de emulsie.
Om een juiste opname van de grijskaart te kunnen maken kun je de 2 kanten van de kaart afplakken met cellutape (plakband). De juiste hoek van de kaart is deze waarbij geen van de 2 plakband strips reflecteren.
Ik stel overigens gewoon scherp om kleine verschillen in de tubus van het objectief te voorkomen. idd vlgs. Tonwerte Perfekt (Naslagwerk van Heiland, Wetzlar).
Een split grade is geen densitometer, net zomin als een meting via een CFL-4012 zoals ook ter controle bij dit artikel is gedaan. Dit geeft de auteur overigens ook aan. De metingen zijn voldoende nauwkeurig om mee te werken maar voor onderlinge uitwisseling (dwz. precieze referentie waarde) onvoldoende nauwkeurig.
Grijskaarten dienen als referentie en zijn helaas ook onderhevig aan veroudering en verkleuring. Kodak is inmiddels gestopt met de productie hiervan maar dit geldt voor meer artikelen van deze producent welke ook aangeeft uit de analoge fotografie te stappen.
Ik hoef in dit draadje met alle bekende "Fotohuis" klanten niet meer aan te geven waar dit besteld kan worden. Een grijskaart kan overigens in opzicht doorgemeten worden met een gecalibreerde densitometer.
De metingen met een echte densitometer zijn op plm. 0,02 log D nauwkeurig.
Een split grade is geen densitometer, net zomin als een meting via een CFL-4012 zoals ook ter controle bij dit artikel is gedaan. Dit geeft de auteur overigens ook aan. De metingen zijn voldoende nauwkeurig om mee te werken maar voor onderlinge uitwisseling (dwz. precieze referentie waarde) onvoldoende nauwkeurig.
Daar ben ik het mee eens, maar ik zit nog steeds met 2/3 stops (relatief) verschil. De vraag is eigenlijk alleen maar; Scherpstellen op de grijskaart of niet, en waarom?
Anyone?
Overigens, als iemand met een "echte" densitometer mijn test zou willen overdoen... graag!
P.S. E-mail was sent to Otto
Last edited by SoulSurround; 08-25-2007 at 12:31 PM. Click to view previous post history.
In een artikel van een Duitser (die de Heiland Splitgrade ook gebruikt als densitometer) heb ik ooit gelezen dat hij - wanneer hij een grijskaart fotografeert om later de densiteit te kunnen meten - niet op de grijskaart scherpstelde maar op "oneindig". Dat heb ik overgenomen, maar omdat ik er gisteren achter kwam (na een testje) dat dat toch wel 2/3 stop kan schelen (scherpe versus onscherpe grijskaart bij dezelfde belichting) vroeg ik me af wat je nou het beste kunt doen.
Logisch gezien lijkt me een scherpe grijskaart eigenlijk meer zeggen, omdat je dat in de praktijk (met een bepaald onderwerp) ook doet... of zie ik dat verkeerd?
De grijskaart is o.a. bedoeld als een calibratie hulpmiddel voor sensitometrisch werk en voor de calibratie van een kleurbalans. Zo kun je hem inzetten, net als de grijstrap, om film-ontwikkelaareigenschappen te bepalen. Onder bepaalde condities reflecteert de grijskaart 18% van het licht terug.Helaas zijn die condities bij de gebruiker vaak onbekend en moeilijk te controleren. Zo verouderen grijskaarten en er zijn grijskaarten in de handel, die plaatselijk glimmen, of spiegelen of de kleurbalans verwringen. Om die reden zijn er grijskaarten gemaakt, die beter de wet van diffuse reflectie volgen (cosinus verdeling). Maar ook dan is het sensitometrische circus vol met valkuilen. Je kunt er een boek mee vullen. Verder is het de vraag wat de betekenis is van de sensitometrische benadering met moderne objectieven. Tegenwoordig wordt als praktische oplossing meestal een diffusorkap op de lichtmeter gebruikt om de 18% reflectie van het invallend licht te 'simuleren', omdat de lichtmeters daarop geijkt zijn.