De 'look' op film is nauwelijks een graadmeter of een negatief een hard dan wel zacht karakter heeft.
Zeker als je werkt met een staining ontwikkelaar die een overall "sluier" laat zien. Zo lijken de opnamen met een XTOL ontwikkeld negatief bijv. zachter dan datzelfde onderwerp met FX-37 of Pyro MC bijvoorbeeld.
Printen en dan vergelijken levert een beter inzicht in dat proces.
Helemaal mee eens; de 'look' op de film zegt niets over de 'hardheid' van het negatief. De hardheid van het negatief wordt bepaald door de helderheids-range, die opgenomen wordt. En dat wordt bepaald door de belichting (belichten op de schaduwen is het oude gezegde).
En dat je het resultaat slechts kunt beoordelen door printen is ook maar al te waar.
Toen ik de acros ging testen, kreeg ik in het begin ook pittige effecten in vergelijking met de fortepan 200. Maar dat kwam omdat de helderheids-range bij de acros lager was dan voor de fortepan 200. Toen ik dat bijstelde bij de belichting van de acros verdween dat (ten dele). De oorzaak dat het ten dele verdween is dat de acros minder makkelijk met de doortekende hoge lichten en schaduwen omgaat dan de fortepan 200. Sommigen beschouwen dit als een voordeel anderen als een nadeel. Het hangt er van af of je een krachtig dan wel een subtiel doortekend beeld prefereert.
Acros gebruik ik pas een korte tijd, dus echt diepgaande ervaring heb ik er niet mee. Maar voor als nog ben ik er erg tevreden mee. Maar het is zeker geen allemans vriend. De vergelijking met katten gaat goed op. In tegenstelling met een hond moet je de vriendschap met een kat verdienen. Doe je iets verkeerd wordt je dat direct kwalijk genomen.
Er zit nauwelijks reserve in deze film. Belichting EN ontwikkeling moeten goed zitten. En als dit goed zit wordt je beloond met doortekende schaduwen, fonkelende hoge lichten en als klap op de vuurpijl een fenomenaal middengebied. En vooral dat laaste is de ware plus van moderne films t.o.v. conventionele films.
Dat doet mij herinneren aan mijn geworstel met de T-Max'en enige jaren geleden. Daarmee zwalkte ik ook van het ene uiterste in het andere. Almaar denkend dat het de film is die de zaak aan het verzieken was. Maar uiteindelijk was het mijn eigen incompetentie om het probleem te herkennen. Als je wilt weten wat dat was dan is alles terug te voeren op B E L I C H T I N G.
Na enige tijd kwam ik er achter dat zgn. "moderne" emulsies minder vergevingsgezind zijn qua belichtingsspeelruimte. TM is in mijn ogen wel heel streng in de leer waar tegenover staat dat de Acros toch iets meer ruimte biedt. Vandaar mijn keuze voor Acros dan kan ik me toch nog een slordigheidje permiteren tijdens het belichten.
Wil je minder risico lopen opteer dan voor films met dik lagere emulsies of de modernere niet T-Grain achtige films (o.a. FP4 & HP5).
Er zit nauwelijks reserve in deze film. Belichting EN ontwikkeling moeten goed zitten. En als dit goed zit wordt je beloond met doortekende schaduwen, fonkelende hoge lichten en als klap op de vuurpijl een fenomenaal middengebied. En vooral dat laaste is de ware plus van moderne films t.o.v. conventionele films.
volgens mij loop ik ook tegen die reserve op.. Ik heb gisteren de opname opnieuw gemaakt waarbij ik de film als 50 heb belicht (schaduw in IV gezet). Nu nog afdrukken... Volgende stap is bepalen of ik de ontwikkeltijd moet aanpassen en misschien de ontwikkelaar verdunning mocht ik de gradatie 2 niet halen wat mijn uitgangspunt is. Afdruk op Gr 2.
Ipv te spelen met de tijd om e.e.a. contrastrijker te krijgen ben ik nu de verdunning aan het aanpassen. Misschien is slappe ontwikkelaar zo slecht voor het micro contrast zodat je wederom modder beelden krijgt. Het punt is dat er zoveel variabelen zijn die je kan aanpassen, en zoveel onzin op internet dat je wel eens een verkeerde richting uitgaat...
Meten is een kunst op zich. Jed gepropageerd , terecht denk ik, het gebruik van een opvallend lichtmeter (wit bolletje ). Laat dit in ieder geval je reverentie meting zijn. Als je met spotmeting, bij een "gewoon" onderwerp, een belichting zou willen nemen die een groter verschil met je opvallend lichtmeting heeft dan 1 stop kun je er gevoegelijk van uitgaan dat je spotmeting fout zit. Tenzij je daar een uitdrukkelijke verklaring voor hebt.
Doordat ik een jaar of 6-7 dia's in 4 X 5 gemaakt heb, ben ik er door (veel) schade en schande er achter gekomen dat mijn meetmethode wel wat verbetering nodig had. Een dia is of goed belicht of fout belicht, dit is in een oogopslag te zien en er zijn ook geen andere argumenten zoals ontwikkeling e.d.
Even een tussendoortje met betrekking tot het meten van opvallend licht (bolletje). Bij gereflecteerd licht wordt uitgegaan van een gemiddeld contrast (18% grijs). Als je nu het bolletje gebruikt en het opvallende licht meet meet je dan ook voor dit gemiddelde of meet je de hoogste lichten? In het geval dat het laatste geldt, kun je dan de gevonden diaf/tijd gebruiken of moet je corrigeren?
Doordat ik een jaar of 6-7 dia's in 4 X 5 gemaakt heb, ben ik er door (veel) schade en schande er achter gekomen dat mijn meetmethode wel wat verbetering nodig had. Een dia is of goed belicht of fout belicht, dit is in een oogopslag te zien en er zijn ook geen andere argumenten zoals ontwikkeling e.d.
Ik werk niet vaak op kleur. Maar laatst heb ik op Velvia 50 opnamen gemaakt. Dit vereist een belichtingsnauwkeurigheid van 0,2 stop. Met invallend licht meting is dat geen probleem.
Waarom dezelfde procedure niet te volgen bij zwart-wit? Een goede referentie is nooit weg. Bovendien produceert de fabrikant op een dergelijke referentie.
Ik gebruik de meter overigens alleen maar als een referentie. Afhankelijk van mijn wensen ga ik onder- of overbelichten. In de procedure van een film-ontwikkelaar calibratie ga je het gedrag van de film-ontwikkelaar na in combinatie met de objectieven. Hierbij is de lichtmeter een 'steunpunt'.
De spotmeter heeft als interessante eigenschap dat je additionele informatie verkrijgt over de helderheidsverdeling. Soms is het ook praktisch niet eenvoudig om een invallend lichtmeting te doen. Dan kan de spotmeter uitkomst bieden. Ik heb vaak beide meters bij me. Maar dat is ook om de juiste werking te kunnen controleren en om een 'reserve' bij je te hebben.
Even een tussendoortje met betrekking tot het meten van opvallend licht (bolletje). Bij gereflecteerd licht wordt uitgegaan van een gemiddeld contrast (18% grijs). Als je nu het bolletje gebruikt en het opvallende licht meet meet je dan ook voor dit gemiddelde of meet je de hoogste lichten? In het geval dat het laatste geldt, kun je dan de gevonden diaf/tijd gebruiken of moet je corrigeren?
Bij gereflecteerd licht wordt uitgegaan van diffuus gerefecteerd licht. Dat is licht dat alzijdig (volgens cos verdeling) wordt gereflecteerd. Dit in tegenstelling met spiegelend gereflecteerd licht.
De filmfabrikanten gaan er van uit dat alleen het diffuus gereflecteerde licht voor afbeelding in aanmerking.
Spiegelend gereflecteerd licht is van zo veel hogere helderheid, dat het onmogelijk is dat practisch af te beelden op een film voor picturale toepassing.
Het 18% grijs is alleen maar een referentie punt, die tegelijk de mate van absorptie aangeeft tov het helderste diffuus gereflecteerde licht. Je zou ook kunnen zeggen dat het 2,3 stops onder het helderste diffuus gereflecteerde wit ligt. Dus, gesteld piepschuim heeft het helderste diffuus gereflecteerde licht, dan is de helderheid van middengrijs daar 2,3 stops onder.
Als je nu het bolletje gebruikt en het opvallende licht meet meet je dan ook voor dit gemiddelde of meet je de hoogste lichten? In het geval dat het laatste geldt, kun je dan de gevonden diaf/tijd gebruiken of moet je corrigeren?
Je meet het licht. Ongeacht of dat op een donker of licht oppervlak terecht komt. Als de fabrikant van je lichtmeter zijn huiswerk goed gedaan heeft kun je zonder correctie die gebruiken.