Ik weet niet of er heel veel grootformaatgebruikers zijn in deze contreien. Ik ben er nog nooit een in het wild tegengekomen en heb het gevoel dat er in Verenigde Staten een aanzienlijk grotere traditie op dit gebied is.
Een jaar of 6 geleden had ik het gevoel dat kleinbeeld veelal niet meer voldeed aan de technische eisen die ik er aan mijn fotografie stelde. Ik liep met enige regelmaat tegen de technische grenzen aan van de spullen die ik gebruikte en had het gevoel dat er in de doka meer uit te halen zou zijn als ik grotere negatieven zou hebben. Vervolgens lang getwijveld of het middenformaat danwel grootformaat moest worden. Wat uiteindelijk de doorslag was het besef dat het sowieso nodig zou zijn om vanaf statief te werken om mijn landschapsfoto's goed scherp te krijgen en het optimale uit de lenzen te halen. Ik kreeg vervolgens een Toyo 45A loopbodem aangeboden met een 210, een 90 mm en nog wat hulpstukken. Een leuke set om mee te beginnen. Vervolgens heb ik dat stap voor stap uitgebreid en heb ondertussen ook nog een 58, 150, 240 en 360 mm gekocht. Voldoende om bijna alle fotografische situaties aan te kunnen. De 210 blijft ondertussen trouwens meestal thuis als ik op stap ga. Het verschil met de 240 is te klein en bovendien is het een zwaar stuk glas extra in mijn rugzak. De 240 is aanzienlijk kleiner.
Ik werk mestal op HP5+ en op Polaroid55. Dat laatste is favoriet, maar helaas zo duur dat ik het maar spaarzaam gebuik. Meestal voor portretten, waarbij instant feedback belangrijk is, maar soms ook wel voor landschappen. Het is dan met name het wat ruige karakter en de toonschaal die ik nodig heb voor de specifieke serie. Voordeel van de HP5+ is dat deze zich goed aangepast laat ontwikkelen, wat met Polaroid weer niet kan.