DOKA SESSIE CONTRASTBEHEERSING

In het verleden was het film-materiaal uiterst onbetrouwbaar. Om de negatieven met wisselende kwaliteit te kunnen drukken, had men papieren met 5 vaste gradaties. En gradatie 2 werd gezien als referentiepunt. Dat wil zeggen als je een negatief goed kon drukken op gradatie 2, dan had je een 'goed' negatief.
Om papier in al die gradaties op voorraad te hebben werd als hinderlijk ervaren en variabel contrast papier kreeg voet aan de grond. Dit is een geleidelijk proces, maar in 1980 had dit variabel contrast papier recht van bestaan. Hiermee had je een aantal papiersoorten ingewisseld voor een soort. Wel zo makkelijk. Maar tegelijkertijd was het vergrootproces technisch gecompliceerder geworden vooral ook ondoorzichtiger.
Nog een andere ontwikkeling had in de fotografie plaats. Het filmmateriaal werd steeds betrouwbaarder als gevolg van kwaliteitscontrole bij de produktie. Voeg daarbij het gebruik van belichtingsmeters, dan neemt de constantheid van de negatiefkwaliteit toe. En dat gebeurde ook in de 90 er jaren. En dat luidde tot de uitspraak: het drukken van een goed negatief ( op papier grad #2) is een fluitje van een cent. En ongefilterd variabel contrast papier is niet zo toevallig grad #2.
Dus als je een goed negatief hebt kun je op gradatie #2 papier of ongefilterd variabel contrast papier drukken.
Omdat het negatiefmateriaal zo is verbeterd als gevolg van de kwaliteitscontrole bij de filmfabrikant, is het belang van contrastbeheersing teruggelopen. Nog steeds hebben we te doen met negatieven die niet rechtstreeks op grad #2 of op ongefilterd variabel contrast papier gedrukt kunnen worden.
Veel van de problemen, die optreden bij het drukken hebben betrekking op hele simpele technische oorzaken. Ik noem bijv. slechte lampvoeten, verouderde lampen, slechte dichroitische filters, instabiel lichtnet; en voor het hele vergrootproces: problemen met de vergroot-optiek, niet gejusteerde vergroter, niet juiste papierontwikkelaar en onbekendheid met de werking van variabel contrastpapier.
Een eenvoudige manier om het vergrootproces op eventuele problemen te controleren, is een vergelijking van de zelfde vergroting op een andere vergroter. Als het resultaat identiek uitpakt, kun je gevoeglijk zeggen dat de zaak in orde is, en je kunt aan slag ( noem het proces maar kwaliteitscontrole voor het drukken). Nu ben ik in het bezit van twee vergroters en kan deze controle uitvoeren. Maar dat is niet bij iedereen zo. Ik stel mij voor de deelnemers een proefstrook van een normaal negatief maken op hun eigen vergroter en de gevens noteren ( filtering, f-waarde en brandpunt van vergrootobjectief, belichtingstijd). Vervolgens nemen zij de proefstrook, 400 ml eigen ontwikkelaar en eigen papier mee naar de doka sessie. En op de doka sessie wordt een identieke proefstrook gemaakt. Zijn de twee resultaten niet gelijk, dan moeten we de oorzaak opsporen. Deze discussie moet leiden tot een oplossing, maar leidt ook tot een inzicht wat er technisch alzo aan de hand is.

Als het vergrootproces technisch op orde is, gaan we negatieven, die contrastregeling kunnen gebruiken, vergroten. Maar, als de filtering niet al te extreem is, geeft dat geen moeilijkheden.

Alles wat we tot nu toe hebben gedaan, is het vervangen van gegradeerde resultaten door variabelcontrast resultaten.
Maar op variabel contrastpapier kun je ook resultaten bereiken, die op gegradeerd papier niet mogelijk zijn. Als voorbeeld heb ik een serie drukken van een beek in de knallende spaanse zon, met op de achtergrond een bos in de schaduw. Hier moet een groot helderheidsverschil overbrugd worden ( mogelijk 10 of 11 stops). Het is een serie van drie 40x50 drukken, dus detaillering is ook zichtbaar. De eerste druk is op gradatie 2 (vast) in een normaal werkende ontwikkelaar, de tweede druk is op variabel contrast in normaal werkende ontwikkelaar, de derde druk is op variabel contrastpapier in enigszins zacht werkende ontwikkelaar.
Als de tijd het toelaat kunnen de deelnemers zelf extreme negatieven drukken ( nadat ik de procedure heb laten zien). Dus als de deelnemers zo een negatief opzoeken, dan kunnen we dat drukken.