Quote Originally Posted by Jed Freudenthal View Post
Hallo Marc,
Voor (studio) portretten is een mat papier zeker te prefereren. En dat moet je dan ook zonder glas bekijken. Maar heel wat van die matte papieren maakte op mij een futloze indruk ( of dat aan D-max moet toeschrijven, laat ik in het midden). Klaarblijkelijk hadden die papieren in het verleden een grote populariteit. Een uitzondering vormde het Portriga-Rapid. IK heb hier toevallig zo een portret op Portiga in de buurt. En ik denk dat de werking niet (of niet alleen) toegeschreven moet worden aan de D-max, maar dat de toonscheiding in de diepe schaduwen een belangrijke rol speelt bij de beeldkwaliteit.
De toonscheiding in de diepe schaduwen wordt mede bepaald door het gebied van lage densiteit op het negatief. Dus: door filmkeuze, filmontwikkeling en belichting. Zo zijn er long toe films, die vaak voor portret ingezet worden en de filmontwikkeling is uiteraard ook van invloed. En met de objectiefkeuze wordt de toonscheiding ook beinvloed. Voor portretten kun je een portretlens inzetten.
Maar om op het papier terug te komen. Het gegradeerde portriga-rapid papier he je nu niet meer en ik heb naar een alternatief gezocht. Dat heb ik gevonden in de variabel contrast papieren en ik regel de D-max door de filtering in te stellen. Ik heb hier voorbeelden van drukken bij verschillende filtering. Deze voorbeelden zullen op de komende doka sessie aan de orde komen. De papieren, die ik meest gebruik zijn: Forte pgV-4/5 en PW14, en Adox MCC110. Alle paieren worden aan de lucht gedroogd, met het doel om glans te vermijden. Ik heb onlangs zowel landschap als portretten gedrukt en kan mij in het resultaat wel vinden. De portretten moeten echter wel achter museumglas als je ze achter glas wilt hebben.
De landschappen neem ik het liefst met moderne objectieven op, zodat je een goede toonscheiding in de diepe schaduwen hebt. De ontwikkeling van het negatief moet je wel nivellerend maken.
Verder kun je ook nog het een en ander aan de papierontwikkeling doen. Om van het futloze effect af te komen vervang ik de natriumcarbonaat wel door kaliumcarbonaat. Dat geeft een heel ander karakter aan de diepe schaduwen. En zo werk ik ook wel met hydrochinon-loze ontwikkelaars, want de hydrochinon kan de D-max ook flink op een onvriendelijke manier opjagen. Diepe zwarten, moeten, zo vind ik, nog een vriendelijke 'uitstraling' hebben.
Ik heb een vriend met een professionele printer ( een enorm apparaat). Ik heb hem gevraagd om een vergelijk te maken. Hij kon dan een negatief lenen om te scannen. Hij is er niet aan begonnen. En dan praten we alleen nog maar over het printen.

Jed
Dag Jed:

Dit is nu mijn bezorgdheid: ik ben 100% overtuigd wat kan en wat niet kan in de analoge fotografie. Wat je zegt is juist: geen twijfel. Maar waar mijn post over gaat is dat het jonge volkje afgestoten wordt door mijn argumenten in de OP;
men begint er gewoonweg niet meer aan. Tradionele zilverhalide fotografie is al vreemd laat staan de edele procedes. Ik zie het als een neerwaardse spiraal, waar initiatieven van jou en mij behulpzaam zijn maar uiteindelijk de zaak niet kunnen redden.

YMMV, Marc