Jos,
Je roept in deze thread heel wat vragen op. In antwoord op # 13 had ik een deel van het antwoord in het vooruitzicht gesteld. Dat komt hier.
Jouw algemene vraag gaat over de overgang van KB naar MF. Jouw vraag is het omgekeerde van de vragen die in 1926 opkwamen bij de introductie van KB. De ontwikkelaars waren tot 1926 endeloos veel varianten van drie ontwikkelaars gebaseerd op een van de stoffen pyrogallol, catechol, en p-aminophenol. Alle drie zijn omstreeks 1890 ontstaan. De p aminophenol is door Agfa als Rodinal op de markt gebracht.
Deze ontwikkelaars waren voor KB onbruikbaar, voornamelijk wegens de grote korrel. Als antwoord is D-76 ontstaan en later zijn er meerdere ontwikkelaars gekomen, die voor KB bruikbaar waren. Van lieverlee werden deze ontwikkelaars ook voor de grotere formaten toegepast.
Hierbij werden de bijzondere kwaliteiten van de oude ontwikkelaars uit het oog verloren. In het bijzonder de kwaliteit om de fijnste details uitstekend weer te geven. En die fijne details zijn juist de basis van de ' uitstraling' van het beeld (denk maar aan de uitstraling die de korreligheid kan geven). Maar ook de vloeiendheid waarmee een tonaliteit kan worden weergegeven. Of de de waargenomen scherpte, die het gevolg is van randeffecten. Kortom, het spreekt het gevoel aa.

Later in de 20 e eeuw, zeg maar na 1970 werd de optiek steeds beter. En in het bijzonder de detaillering via deze optiek werd steeds beter. Uiteraard sluit hier een ontwikkelaar op aan, die de detaillering beter weergeeft. En dan kwamen we bij de oude ontwikkelaars terecht. Zo is het te begrijpen dat deze ontwikkelaars in de laatste tientallen jaren een revival meemaken. Ontwikkelaars, die bijzonder geschikt zijn voor gebruik bij de grotere negatiefformaten.

Als jij dus overschakelt van KB naar de grotere formaten, dan kom je in een wereld terecht met een rijke keus aan mogelijkheden. Welke keus je maakt, moet je zien als een proces. De discussies bij APUG (speciaal de engelse kant) kun je als een leidraad zien.

Jed