Er zijn meer aspecten die hierin een rol spelen. Klein middenformaat is voor mij 6X4,5 dus ca. 2,7X meer negatiefformaat.
Minder lichtsterke objectieven (vaak 2,8 of 3,5) en door het middenformaat minder scherptediepte.
Leica (M) is K.B., relatief snel veel scherptediepte en hele lichtsterke objectieven. Een iso 50 film is vaak geen probleem terwijl voor een M.F. R.F. uit de hand er vaak een iso 400 film die in praktijk ook nog op iso 200 of 250 belicht gaat worden.

De verschillen in resolutie, scheidend vermogen enz. komen dan al in andere verhoudingen tot elkaar te staan. Het is natuurlijk duidelijk dat een veel kleiner negatiefformaat aan informatie bij vergroten, het gaat afleggen tegen een veel groter negatiefformaat.

Het optimaliseren van kleinbeeld negatieven heeft tot een een enorme ophoging van de contrastweergave geleid. Die geeft de indruk van een hoge scherpte, terwijl die er eigenlijk niet is.
De truuk die hierbij vaak wordt toegepast is het juist iets verlagen van de contrastweergave van het negatief om bij het afdrukken deze dan wat harder af te drukken (b.v. gradatie 3). Je krijgt dan inderdaad de indruk van een hogere scherpte, terwijl die er inderdaad niet is.