Een tijd geleden was ik aanwezig bij een bespreking van fotos. De bespreking vond plaats in een zaal met een bar. De barman volgde onze bespreking van fotos en mengde zich op gegeven moment in de discussie. Ik was perplex, in het bijzonder door de aard van de vragen van een niet-fotograaf en de buitengewone relevantie van die vragen. In het kort: hoe kijkt het publiek tegen fotografie aan. En er blijkt dat het publiek vragen gaat stellen als de fotograaf ook zelf aanwezig is. Immers, de vragen uit het publiek zijn gevoelsmatig, en niemand beter dan de fotograaf zelf kan daar op antwoorden. Mijn reactie was: we zouden besprekingen van fotos moeten organiseren in het bijzijn van het publiek en het publiek laten participeren. Een goede locatie zou een (foto) museum zijn en een dergelijk evement zou bijv. op een zaterdagmiddag kunnen plaats vinden, tussen twee exposities in.
Op 2 december 2005 heeft onze Staatsecretaris van der Laan de nota 'bewaren om teweeg te brengen' ( http://www.minocw.nl/brief2k/2005/doc/52371.pdf) aan de tweede kamer aangeboden. De essentie van deze nota is dat de musea het publiek meer moeten betrekken in het museale gebeuren.

Het zal duidelijk zijn dat mijn bovengeschreven plan uitstekend past in het plan van van der Laan. Verder lijkt mij dat de onafhankelijkheid en het open source karakter van de internationale organisatie APUG een goed uigangspunt vormt voor de organisatie van de voorgestelde besprekingen. De besprekingen kunnen betrekking hebben op werk uit eigen land, maar net zo goed kan ook werk van andere APUG-ers besproken. Wie de bespreking leidt is ook open. Het kan iemand van de APUG, maar ook iemand van het museum zijn.

Omdat het mij voorkomt dat de musea er alleen maar beter van kunnen worden ( inzicht in het denken van het publiek en aandacht van het publiek), stel ik voor om het FOAM te Amsterdam en het fotomuseum te Rotterdam dit idee voor te leggen.

Maar voor ik dit doe, zien we graag een respons van jullie. Overigens kan in andere APUG landen ook op dit idee ingesprongen worden. Het idee lijkt mij universeel toepasbaar.

Jed