De twee problemen die je beschrijft kunnen vele oorzaken hebben, die niet noodzakelijker wijs met elkaar verband houden. Je verhaal laat ook vele vragen over, bijvoorbeeld of je glasloos danwel met glas vergroot. En of je met een condensor vergroter of met een difuus vergroter werkt. Een derde vraag is of je je altijd met vers verdunde papierontwikkelaar werkt, of dat je na twee, drie weken de bewaarde, verdunde ontwikkelaar neemt en daarin verder gaat.

Een paar suggesties voor de witte vlekken: ga eens na of ze altijd op precies dezelfde plek zitten. Is dat het geval, dan zitten ze ergens in de buurt van je negatieven, maar niet op de negatieven zelf. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld het glas dat wellicht in je negatiefhouder zit of de onderkant van je condensor of mengbox. Wellicht helpt het schoonmaken van je vergroter. Lens is onwaarschijnlijk, want dat is gemiddeld niet zichtbaar, netzomin als de vingers op de lens van je camera. Mocht je ze niet kunnen vinden, stop je negatief dan zo in de vergroter dat de witte vlekken aan de onderkant komen, waar meestal de grond en veel onregelmaat zit.

Qua diepe zwarten: verdunde ontwikkelaar blijft niet zo heel lang goed. Ik zou het na hooguit een week vervangen. Je kunt ook de ontwikkeltijd wat verlengen, de temperatuur met een mantelbad verhogen naar 24 c of de verdunning wat verlagen. Dat laatste komt de bewaarbaarheid weer ten goede. Dit is in principe makkelijk te checken door twee prints te maken van eenzelfde negatief onder gelijke omstandigheden, waarbij je een van de variabelen (ouderdom, ontwikkeltijd, temperatuur, verdunning) wijzigt.
Maar het kan ook zijn dat je op school met een condensor vergroter werkt en thuis met een difuus vergroter. Dat scheelt vaak een halve of zelfs hele gradatie. In dat geval moet je gewoon harder gaan afdrukken.

Huub