convertible wil zeggen dat je de lens kan converteren naar een lens met een ander brandpuntafstand: door het afschroeven dan het voorste element, bekom je een langere lens. Enkele combinaties zijn:
150 - 265 mm
300 - 500 mm
Hier en daar op het W(ilde)WW lees je wel eens dat je het achterste element moet afschroeven, maar dat is bij de Symmar's klinkklare onzin.

Schneider-Kreunzach heeft er de meest bekende van: de Symmar. De moderne varianten, Symmar S bijvoorbeeld, kan je naar het schijnt ook converteren ook al wordt dat nergens in de documentatie aangegeven.
Ook bij oudere lenzen vind je convertibles, bijvoorbeeld doppel-anastigmat lenzen uit de jaren '30 van de vorige eeuw. Ze waren zowat standaard op de 9x12cm platencamera's.
Ook vandaag nog worden er gemaakt, door Cooke uit Engeland, die heeft een tripple convertible, een droomlens met 3 verschillende brandpuntafstanden, voor 8x10" en het is de moderne versie van de lens die Adams gebruikte voor zoveel landschappen, maar nu vervallen we in iconografie ;-)

Het grootste voordeel aan convertibles, is dat je in 1 sluiter, 2 lenzen hebt en dat is handig voor als je lichtbepakt wil reizen. Daarom dat ik er ook eentje kocht en het zal niet de laatste zijn.

Qua film werk ik met de grootste formaten op Fortepan 200, een pak goedkoper dan Ilford of Kodak. Zo blijft mijn leergeld nog binnen de perken ;-)

G