Ikzelf ben in het bezit van de Kodak publikatie 'Kodak professional black and white films' 2nd ed, nov 1976. Het is het meest voortreffelijke document op het gebied van negatief kwaliteit. Je zult er vergeefs naar zoeken; het is niet uitgegeven. De vermoedelijke reder is de aanstaande publikatie van boeken van Ansel, die het zone systeem zouden bevatten. Het zone systeem zou weggespeeld worden.
Ik ben in het bezit van deze publikatie (ca 60 paginas B3/A4) gekomen doordat ik het heel lang geleden van Kodak medewerkers heb gekregen. De Kodak publikatie 'Kodak professional black and white films' is uiteindelijk in 1998 uitgegeven. Echter het deel dat in conflict met de boeken van Ansel zou komen, is weggelaten.
Uit auteursrechtelijk oogpunt gebruik ik het slechts voor privegebruik. Maar ieder die het wil inzien kan dat wat mij betreft doen.

Het probleem is dat ik in enkele regels probeer duidelijk te maken, waar Kodak 60 paginas voor gebruikt. Misschien een idee om hier op een kroegmeeting op in te gaan.

Toch probeer ik nog eens de onduidelijkheid voor Gary duidelijk te maken.
Voor een diffusievergroter wordt de densiteit voor de hoogste diffuus verstrooide lichten op 1,20 gesteld. Als je optimaal gebruik van de densiteits range van het negatief wil maken, moet je er voor zorgen dat de de hoogste diffuus verstrooide lichten uitkomen op een densiteit = 1,20. Om je ontwikkeltijd vast te stellen(ijking), moet je dus op de hoogste diffuus verstrooide lichten ( of zio je wilt een grijskaart) belichten om de ontwikkeltijd bij deze situatie (= startpunt) vast te stellen.

Bij de feitelijke opnamen belicht je op de schaduwen en je stelt de contrast-range van het onderwerp vast. Als de contrast-range van de normale range van 7 stops afwijkt, moet je de ontwikkeltijd bijstellen. In de Kodak publikatie wordt op deze zgn. contractie en expansie ingegaan. Dat zou hier te ver voeren en is bovendien filmsoort afhankelijk.

Ik hoop met deze korte uitleg toch wat meer duidelijkheid te hebben gegeven.

Jed