Quote Originally Posted by Willie Jan View Post
Jed,
ik zet een grijskaart neer (buitenlicht), meet deze en neem deze waarde als belichtingstijd. De film(3 stuks) belicht ik normaal, 1 stop over en 2 stops over.
Door nu naast de grijskaart een witte sportsok en zwarte sportsok te hangen en te wachten dat het licht het wit 2 stop boven en het zwart 2 stops onder de grijskaart meting zet. Vervolgens de opname schieten.

Dit is overigens hoe men het op de fotovakschool ook deed...
Beide sokken moeten goed doortekend worden afgebeeld als de grijswaarde van de kaart(afdruk) gelijk is aan de grijswaarde van de grijskaart.

De densiteit die ik vermeld is de gemeten grijswaarde.
Ik schat dat de densiteit boven de base+fog uitkomt rond de 0,73 maar zeker weten doe ik het niet daar op internet wordt beweerd dat een pyro negatief niet gemeten kan worden door een densito meter... Echter door nu mijn ideaal negatief te creeeren en achteraf de grijswaarde te meten, weet ik welke densiteitswaarde voor mij de ideale is.

De overbelichte negatieven worden 20% korter ontwikkeld per stop.
Als je daarna de negatieven onder elkaar legt, zie je (bij de juiste tijden..) dat de grijskaart dezelfde densiteit geeft, en de doortekening in het wit en zwart toeneemt. de praktijk zal uitwijzen wat de juiste belichting is voor een doortekend zwart. met deze test heb je direkt de tijden voor overbelichting van je film.

Willie Jan

n de eerste plaats: Onder studio condities heb je in het algemeen een niet zo grote helderheidsomvang (luminantie-range) als onder bepaalde omstandigheden buiten in de natuur. 5 stops wordt voor studio vaak aangehouden, al is dat alleen maar omdat kleurenfilm die omvang heeft.

Bij de beschrijving van de test, zou je moeten aangeven op welke ISO (of EI) waarde je jouw belichtingsmeter instelt.
Het experiment dat je beschrijft (witte en zwarte sok) omvat een beperkte luminantie-range, vermoedelijk als gevolg van het winterlicht. Het heeft het meeste weg heeft van een studio situatie. Ik weet niet of dat het doel van je test ( en afstemming ontwikkelprocedure) is.
Het lijkt mij dat je eerst het doel van je test omschrijft ( bijv. ik wil een luminantie-range van 7 stops). Vervolgens maak je een test situatie, waarbij je de beschikking hebt over een range van 7 stops. En vervolgens maak je enkele testopnamen om uit te vinden welke conditie aan het doel van je test voldoet.

Jed