Jan,

pfew, daar vraag je wat, dit is, en dat zie je niet, al de 10de poging een antwoord te schrijven.

Feitelijk beschrijft het boek een methode die heel veel op het ZS lijkt: het brengt enkele verfijningen aan (ontwikkeltijd beinvloed de effectieve snelheid van een film) maar wijkt op bepaalde punten ook af (opvallend licht meten ipv spotmeting!). Het beschrijft hoe je e.e.a. moet 'intesten' en hoe je in de praktijk dan licht moet meten, wat de valkuilen zijn, etc etc. Over computers en software wordt niet gesproken. Het boek staat stijf van theorie, grafiekjes, diagrammen en curves....

Sinds ik voor alles wat ik fotografeer opvallend licht meet heb ik nooit meer een opname verloren door slecht belichte film, in de doka print ik gewoon wat harder of zachter en voor de rest vertrouw ik op de flexibiliteit/capaciteit van de film. En als ik inschat dat het contrast gewoon veel te gortig is maak ik gewoon weg geen opname.

Eigenlijk ben ik een techneut van huis uit, techniek vind ik heel interessant, maar bij fotografie heb ik voor mijzelf de conclusie getrokken dat ZS, BTZS en de rest aan mij niet besteed is, veel te lui voor, leid allemaal te zeer van het fotograferen zelf af, ik ga geen avonden in de doka zitten en talloze stroken film nameten met een densitometer, brrr, hou op zeg :-)

Ik wil het hier niet hardop roepen, maar als je het mij vraagt: dat hele sensiometrie gedoe is flauwekul.

Huib