Anne Marieke,

Bedankt voor je prachtige antwoord! John Sexton, daar kan ik kort over zijn. Eén van mijn absolute favorieten.

Ik ben heel erg blij met je verwijzing naar Kenna. Ik kende zijn werk niet, maar ik ben heel erg onder de indruk van wat ik op het web zie. Zoals ik je al in mijn vlugge off-line berichtje schreef: Kippenvel! Weet jij of er prints van hem te zien zijn in Nederland te zien zijn?

Jij hebt niet echt een hekel aan goed belichte en technisch correcte prints...! Ik heb waarschijnlijk tot nu toe de indruk gewekt dat ik alleen maar geïnteresseerd ben in grootformaat en dan liefst contactprints op AZO. Dat heeft op het moment heel erg mijn belangstelling, omdat het zo goed aansluit bij mijn instelling. Mijn fotografische belangstelling is echter omnivoor.

Als ik op het moment twee favoriete fotografen zou moeten noemen (en ik zal Sexton dus maar even achterwege laten) dan zijn dat Ed van de Elsken en Atget.

Van der Elsken vanwege zijn tomeloze energie, passie, levensvreugde, ongebreidelde drang om vast te leggen, te kijken. Technisch vaak op het radje en ook had hij nog wel eens last van beschimmelde negatieven en zo, maar één van de beste ogen die er ooit geweest zijn. Technisch gezien spreken zijn direktheid en werken met bestaand licht mij enorm aan. Zijn continue vermogen zich niets aan te trekken van indelingen en grenzen. Hoe vreemd het ook klinkt voor iemand die met een mamiya 6x7 en een 4x5 inch monorail werkt: hij is één van mijn grootste voorbeelden. Dit is fotografie op zijn puurst.

Atget vanwege zijn onverbiddelijke uithoudingsvermogen en sublieme eenvoud. Dag in dag uit werken. Eén medium, een paar onderwerpen en gewoon doorgaan. Atget heeft een wereld gedocumenteerd. Hij lijkt in dat opzicht op Proust. Iedere bladzijde (foto) is o.k., soms erg goed, soms matig. Ze maken allebei bij tijd en wijle een behoorlijke fout. Proust voert her en der rustig een karakter op dat even eerder was overleden, Atget bekommert zich absoluut niet om de grenzen van zijn beeldcirkel of contrastomvang. Als er maar op die plaat staat wat hij hebben wil. Het genie zit hem in het oeuvre. Hij laat zien dat je met hele beperkte middelen en een continue focus bergen kunt verzetten.
Technisch gezien zijn heerlijke eenvoud. Onderwerp midden in beeld, plaat ontwikkelen op zicht in de glycine en afdrukken op albumine. Ik heb jaren geleden een tentoonstelling gezien van originele drukken van hem in Parijs. Wat mij is bijgebleven is de manier waarop hij het licht wist te vangen. Quiet light, dat was voor zijn werk ook een hele mooie titel geweest. Behalve dat vastleggen van zijn wereld heeft hij nog iets gedaan: hij is chroniqeur van het licht. In dat opzicht lijkt hij op Hans Andreus.
"Het blond grijs van mijn stad waar steen vervluchtigd tot blonde grijzen, parelzalen kan worden, eindeloze misten. Stad laag als water, vol en liefderijk als bomen..." (Amsterdam, uit: Luisteren met het lichaam, 1960).
Ook een hele goede bomenfotograaf trouwens, Atget. Dat is veel te weinig bekend en onterecht.

Jan