Ruud,

Bij het nalezen van mijn vorige antwoord zie ik dat ik je toch verkeerd begrepen heb en dat je niet 20 maal de grijskaart belicht hebt, maar dat waarschijnlijk je een gedrukte grijstrap gefotografeerd hebt, en dat je de onderste 5 treden van die trap niet kunt onderscheiden.
Als - en die 'als' is een serieuze vraag als je het niet met een spotmeter oid hebt nagemeten - die grijstrap inderdaad in halve stops 10 trappen naar beneden gaat vanaf midden grijs, onder het licht waarbij je de opname gemaakt hebt, zit je goed met je EI, dus met de gevoeligheid van de film. Die laatste 5 stappen van de trap die je nu niet meer kunt onderscheiden, zijn de zone's I t/m II.5, en daar hoef je in principe maar geen tot weinig doortekening te hebben. Wat je ziet is het feit dat de zwartingscurve van je film aan de onderkant niet lineair is en moeite heeft met het onderscheid maken tussen deze 5 trappen. Precies de reden waarm mensen die met het zone systeem werken, hun diepe schaduwen op zone II.5 leggen, omdat je daaronder de verschillende grijzen niet meer goed op de film terugvindt.
Of je ontwikkeling juist is, moet je controleren aan de hoogste 10 trappen. Je moet op de afdruk in principe de eerste 5 trappen goed kunnen onderscheiden, daarna mag het minder duidelijk worden. Maar ook hier geldt natuurlijk dat ik niet weet of die grijstrap wel 5 stops contrast omvang had bij het licht waarmee je deze gefotografeerd hebt. Dat je de bovenste 5 trappen op de afdruk minder goed kunt onderscheiden, is het effect van de zwartingscurve van het papier, die aan de onderkant evenmin lineair is als die van de film.

Huub

Huub