Je bent al een stuk verder en volgens mij kun je gewoon doorgaan met de gegevens die je nu gevonden hebt. Fotografie gaat immers over het maken van beelden en niet over het testen van materiaal. Bovendien gaat een beetje overbelichten meestal niet ten koste van de kwaliteit van een negatief.
Toch verbazen me je gegevens enigszins, want XTOL staat bekend als een ontwikkelaar die de nominale gevoeligheid van een film goed benut. Een tweede indicatie voor overbelichten (= een te lage EI) is dat je de verschillen tussen de donkerste stappen van je grijstrap nog goed kunt zien. Dat zou niet zo mogen zijn.
Ik denk dat je nog wel iets aan je testopzet kunt verbeteren, want die is nog niet helemaal perfect. Doe dit echter alleen als je de puntjes op de i wilt zetten.

Bij het lezen van je verhaal viel me namelijk het volgende op:
1) Je standaardafdruktijd (SAT) moet je niet bepalen op bijna helemaal zwart, maar op helemaal zwart. Belicht een stuk papier zonder film tot hij maximaal zwart is. Probeer daarna de kortste belichtingstijd van een tweede stuk papier te vinden met een stukje blanco FP4 waarop je dit helemaal zwart bereikt. Je wilt immers in een afdruk van een negatief ook dat maximale zwart bereiken.
2) Diafragmagetallen "ergens tussen" zijn onvoldoende te reproduceren. Wanneer je voor een vergrotingsmaatstaf eenmaal een SAT voor een bepaalde film-ontwikkelaarcombinatie hebt, dan kun je voor een eerste proefdruk alle volgende keren dat je die vergrotingsmaatstaf gebruikt, deze SAT aanhouden. Tenminste, als je consistent belicht en ontwikkelt en het diafragma van je vergotingslens te reproduceren is.
3) De gedrukte grijstrap die je gebruikt is onvoldoende betrouwbaar als je niet weet of hij in het licht dat je gebruikt ook daadwerkelijk 10 stops contrast heeft. Dat weet je alleen als je het met een spotmeter oid nagemeten hebt.

Een betere methode is weer de gewone grijskaart te nemen en een serie opnames te maken waarin je deze 3 stops onderbelicht. Je belicht hem dan op zone II, bijna helemaal zwart in onze terminologie. Doe dit voor de iso-standen tussen 50 iso en 200 iso. Dat kost je dus 7 negatieven. De rest van de film kun je gewoon vol schieten, want je weet dat het toch wel ongeveer goed zit. Kijk vervolgens op welk iso getal je met je SAT net niet helemaal zwart krijgt. Dat wordt dan je EI.
Belicht op een nieuwe film een grijskaart op zone VIII bij je gegeven EI. Dat is drie stop overbelichten. Dat kost je slechts 1 negatief. Ook hier kun je de rest van de film gewoon gebruiken. Maak een afdruk van de grijskaart met je SAT. Deze moet net niet helemaal wit worden. Is hij wel wit, verkort de volgende keer je ontwikkeltijd. Is hij te grijs, verhoog dan je ontwikkeltijd. Afhankelijk van hoe ver je er naast zit, is een correctie van een halve minuut het minimum dat zinvol is.
Mocht je de eerste keer er naast zitten, neem dan ter controle in een volgende film weer een drie stops overbelichte grijskaart mee en check opnieuw. En wil je op nummer zeker, check in dat geval ook opnieuw zone II en belicht de grijskaart ook opnieuw 3 stops onder. Je EI wisselt immers enigzins met je ontwikkeltijd.

Huub