hier gaat dat niet, ik ben dus op zoek naar een paar universele regels voor analoge fotografie. Ik kan dit natuurlijk ook gewoon opzoeken op internet of in boeken. Maar ik hoor het liever uit de mond van mensen die er ervaring mee hebben. Daarnaast wil ik ook te weten komen hoe ik een ZW foto het mooiste kan ontwikkelen. En ik wil dit zelf doen, dus geen fotolab.
De eerste, en misschien wel de laatste universele regel, probeer 't beeld wat je wilt maken in je hooft te visueel voor te stellen. Ideaal is 't van hieraf alleen maar techniek. Maar gelukkig evalueert 't beeld in je hoofd na mate de realisatie vordert.

Maar voor de belichting is belangrijk dat je bepaald welk deel van 't beeld zwart wordt en welk deel nog net zichtbare tekening welk deel heel wit,met tekening moet worden en welk deel spierwit. En daarnaast welke 'toon' je zelf belangrijk vind. Nu is dit natuurlijk nogal overdonderend voor een beginner en is een hele goede aanpak om te zorgen dat dat deel van de donker partijen (schaduw) waar je nog wat detail wilt zien maximaal 2 stops wordt onderbelicht. Mocht je nog niet weten wat een stop is merken we dat wel. Maar bij een portret kijk je welke belichting de kamera zou nemen. Daarna ga je dichter bij en kijk je met bv alleen de hals partij in beeld (neem voor 't gemak aan dat daar schaduw valt) wat de kamera dan zou doen. Dit zou niet meer dan 2 stop moeten verschillen als je daar tenminste nog detail wit hebben.

Andere tonen kun je gaande 't proces nog aan passen de schaduwen niet !

Dit noemen wij analogen belichten op de schaduwen ontwikkelen op lichten.