Het experiment om de papiercalibratie uit te testen lijkt mij in principe correct, als het vergrotings-objectief deugdelijk is.
De uitkomst van het experiment lijkt op een probleem te wijzen. Het eerste waar naar gekeken wordt, is of het negatief correct is. Of liever gezegd: overeenkomt met je verwachting. Meestal zit daar het probleem. En, dit probleem is op dit forum al vele malen aan de orde geweest, al is het in een 'andere jas' verpakt geweest.
Het probleem kan zijn veroorzaakt door het negatief, de filmontwikkelaar en toestand/ aard van het opname-objectief. Dit is de achtergrond, waarom ik aanbeveel om de oplossing van het probleem in die hoek te zoeken.
In oudere literatuur kun je de procedures vinden, om het fotografisch proces 'af te regelen'. Ik meen me te herinneren dat AA zoiets ook heeft beschreven. Met de nieuwere fotografische apparatuur (lenzen) moet je de beperkingen van dit 'afregel-proces' wel kennen. En dat heeft AA goed gemerkt.
Om een lang verhaal kort te maken, ben ik terug naar een oud beginsel:
Belichten op de doortekende schaduwen en ontwikkelen op de doortekende hoge lichten.
Dus, aangenomen dat je een range van 7 stops wilt hebben, dan ga je op een dag met witte wolken fotos nemen, met een belichting op de schaduw, die 7 stops onder de witte wolken ligt ( voor verschillende EI waarden).
Dit testfilmpje knip je in een aantal stukken en ontwikkeld bij verschillende ontwikkelcondities.
Via een vergrotings proces zoek ik het visueel beste resultaat er uit.
Als de beeldkwaliteit mij desondanks niet bevalt, wijzig ik het objectief ( waarbij ik mij laat leiden door de MTF) of ik wijzig de film of ontwikkelaar. Verder herhaalt de testprocedure zich weer.
Ik regel het fotografisch proces dus af via 'beeldkwaliteit' en niet door het gebruik van een grijstrap. Een grijstrap is volgens mij bedoeld voor reproductiedoeleinden.

Jed