Dank voor je reaktie, en inderdaad, ik wil ook nog een film- en ontwikkelcalibratie gaan doen.

Waar ik echter hier mee bezig ben is het gedrag van mijn multigrade papier te onderzoeken, wat in essentie eerder eenvoudig is, wat me er niet van weerhoud om genadeloos vast te lopen.

Ik vat even samen wat ik de laatste dagen hierover heb geleerd.

Als je fotopapier belicht en ontwikkelt krijg je wit, grijstinten en zwart, hoe meer licht hoe donkerder het papier wordt.
Dat meer of minder licht kan je op 3 manieren doen: door de tijd, het diafragma en de densiteit van het negatief.
Die densiteit wordt uitgedrukt in logd : de logaritme van de verhouding totaal licht over doorgelaten licht. Dat is handig want daarmee kan je gewoon optellen en aftrekken. Je kan het ook uitdrukken in stops. Een stop is een factor 2. Logd naar stop= log(10^logd,2), dwz gewoon van basis 10 naar basis 2 gaan. Een verschil van 0,3 in logd is één stop. (10^0.3 = 2 , log(2,2) = 1 )

Wat gebeurt er nu als ik één stop verschil in negatiefdensiteit heb ?
Krijg ik dan ook één stop verschil in papierdensiteit ?
Bijlange niet.
Dat is nu net het begrip "paper grade" of hardheid.
De papiergradatie is een maat van het verband tussen negatiefdensiteit en papierdensiteit (zwarting)
Bij een harde papiergradatie geeft een klein verschil in negatiefdensiteit een groot verschil in papierdensiteit.
Bij een zachte papiergradatie geeft een groot verschil in negatiefdensiteit een kleiner verschil in papierdensiteit.

Met papiergradaties kan je echter niet rekenen. Het zijn categorien.
Waar je wel mee kan rekenen dat is met de ISO range number. Voor elke papiergradatie is er een iso Range Number bereik bepaald.

Wat is die ISO range number nu ?

De ISO range number is 100x de ESV. Fijn, wat is de ESV ?

De ESV is het verschil in belichting (uitgedrukt in logd) dat je nodig hebt om je papier van het allerlichtste grijs naar het allerdonkerste grijs te krijgen.
(logd 0,04 tot 90% van dmax) . Voor het papier dat ik gebruik ligt dat papierbereik zo rond de 1.85 logd (en dat is ca 6 stops trouwens).

Met variable contrast papier kan je door gebruik te maken van filters verschillende papiergradaties in één doos stoppen. Traploos.
Die filters hebben een nummer, van 00 to 5 . Je krijgt dus met filter x een papiergradatie x ? Vergeet het. Dat moet je calibreren.

Meneer ISO heeft volgens Anchell bepaald dat een graad 0 een ISO range number tussen 140 en 170 , en dat graad 5 een ISO range number tussen 50 en 65 hebben.

Dat betekent dat het allerzachtste papier grosso modo een 1-1 verhouding negatiefdensiteit / papierdensiteit heeft (beide ranges liggen, grof genomen, rond de 1.8)
Dat betekent dat het allerhardste papier met een logd bereik in negatief densiteit van 0,6 (dus twee stops) het volledige papierbereik van wit naar zwart afdekt (en je negatiefkorrel in dik in de verf zet, én de meeste grijstinten wegschamoteert, maar dat ter zijde).

ALS DIT KLOPT, als deze cijfers kloppen, kom ik met mijn experimenten met het hardste filter nooit aan graad 5. Ik tel namelijk met filter 5 zeven steps, dat is dus 6*0,15 = 0,9. Mijn steps hebben echter een eenheid van 0,15 , dus + of - 0,075 weet alleen dat ik tussen de 1,05 en 0,75 zit.
In het beste geval is het dus 0,75 --- en dat is al graad 4, hmm , valt eigenlijk wel mee.

Verder is het niet zeker dat de eerste niet-witte rond de 0,04 zit..... dus de fout kan nog groter zijn. En in het harde deel hebben kleine foutjes al grote gevolgen.

Conclusie: ondergetekende denkt na schrijven dezes dat hij zich in de doeken heeft laten doen door hele klassieke meetfouten, door te werken met materiaal dat slechts een "gevoeligheid" heeft van 0,15 logd , te vergelijken dat hij aan het meten ging met een lat waar alleen aanduidingen per 15 cm opstaan dingen van 50 tot 100 cm aan het meten was.