Quote Originally Posted by Willie Jan View Post
Mijn methode:

Ik gebruik alleen een spotmeter (pentax digitale spotmeter V).
Van de scene die in wil maken, zoek ik de partij waar ik nog net doortekening in wil en zet deze in zone III, vervolgens kan ik controleren waar de rest van de scene valt. Als bv de lucht in VIII zit, weet je dus dat die uiteindelijk wit wordt bij een normale ontwikkeling. Zo kan je ieder gedeelte meten en zien waar of deze terecht komt.

Een veel gemaakte fout is dat er een spotmeter gebruikt wordt die meer dan 1 graad meeneemt. Meet maar eens een partij op +/-10 meter, loop er nu heen en meet nogmaals. scheelt vaak een stop. Dit resulteert vaak in een stop onderbelichting.

Als de scene over de 4 tot 4.5 stops gaat, zal niet alles op de afdruk zichtbaar zijn doordat de omvang van het papier dat niet aankan. Dus moet het negatief anders worden ontwikkeld. Doordat ik dan middels semi stand/ stand ontwikkeling minimaal agiteer, voorkom ik dat de hoge lichten te veel uitbijten. Ik probeer hiermee het negatief zacht te houden waardoor e.e.a., toch nog afdrukbaar is. Ik gebruik overigens pyrocat HD.

Als het licht echt te hard is, maak ik geen opname en kom een andere keer terug...
Of er in een partij nog net doortekening zit, heeft met de contrastoverdracht te maken, Het heeft niets met een zone van doen.

Het zou nog beter zijn om een spotmeter van minder dan een graad te hebben. De tonale variatie in de natuur is erg groot.

Je kunt zonder meer 7 stops op je papier afbeelden. Het wordt bepaald door de belichting en filmontwikkelprocedure. Het filmmateriaal (voor picturale toepassingen) is hierop ontworpen. Als je slechts 4,5 stop omvang hebt, moet je de de belichting en filmontwikkelprocedure aanpassen. En deze aanpassing hoeft beslist niet noodzakelijk via semistandontwikkeling te verlopen, tenzij je bewust de hoge lichten wil comprimeren.

Jed