Nog een p.s. over "aerial perspective":
Daar bestaat al eeuwen een nederlands woord voor: luchtperspectief. Hoeven we dus niet voor naar het engels te grijpen.

Wat het is, wat de oorzaak daarvan is is makkelijk te begrijpen als je bedenkt dat de lucht waar we doorheen kijken geen absoluut vacuum is, maar integendeel vol zit met kleine deeltjes.
De zon verlicht niet alleen de struiken in de voorgrond, het landschap in het 'middenplan' en de bergen in de achtergrond, maar ook al die kleine deeltjes.
Hoe groter de afstand, hoe meer van die deeltjes tussen jou en datgene waar je naar kijkt. Hoe meer deeltjes dus ook die door de zon beschenen worden, hoe meer je dus door een 'mist' van licht reflecterende deeltjes kijkt.

De zon die dit alles verlicht (voorgrond, middenplan en achtergrond, čn al die deeltjes daar tussen in) is overal gelijk. Zou je naar de bergen in de verte toe gaan om daar een meting te doen zul je hetzelfde resultaat krijgen als wanneer je dat vanaf de oorspronkelijke plek doet. De belichting kun je dus ook gerust op de meting die je op de oorspronkelijke plek doet baseren.

Die 'mist' echter, die sluier die door al die licht reflecterende deeltjes tussen jou en de bergen in de afstand over die bergen wordt gegooid is er gewoon.
Dat verandert ook niet als je de belichting aanpast.
En dat wil je ook helemaal niet, want het is immers deel van wat er daadwerkelijk te zien is.

(Maar mocht je dat ondanks dat toch willen helpt maar een ding, zij het in beperkte mate: infraroodfilm en een sperfilter gebruiken. De sluier bestaat overwegend uit licht van korte golflengte, en bezit maar een klein deel aan lange golflengten. Sluit je de korte golflengten uit verwijder je dus ook het grootste deel van die sluier.)