Licht uit een teleobjectief valt veel meer recht op de (rand van) de film of sensor. Licht uit een groothoek objectief valt in een grotere hoek op de (rand van) een film of sensor. De Fresnell lens zorgt er idd voor dat het licht wat op het matglas valt niet naar buiten, maar naar binnen valt. De Fresnel lens is een gewone convexe (bolle) lens, waarvan het niet brekende deel is afgesneden. Maar de breking is gelijk aan de gewone bolle lens, die licht convergeert.



De digitale sensor heeft de beperking dat er een randje om de individuele 'pixel' zit. Als het licht in een grotere hoek op de 'pixel' (condensatoren of fotodioden) valt, raakt het licht tegen het randje van de 'pixel' aan en krijgt de 'pixel' minder licht. Dat wordt meestal softwarematig gecorrigeerd, maar hoe meer correcties (interpolatie, scherpte, kleur, contrast) hoe slechter het beeld.

Film heeft daar uiteraard geen last van en je kunt stellen dat wanneer het teleobjectief twee maal zo ver van het filmvlak bevindt t.o.v. het groothoek objectief, er vier keer minder licht op het filmvlak komt door het teleobjectief. Net als onder de vergroter. Draai je kop twee keer zo hoog omhoog en je licht neemt een factor vier af...