Quote Originally Posted by Jed Freudenthal View Post
Ik weet niet of ik helemaal duidelijk ben geweest. Maar dat de digitale prints anders zijn betekent niet dat dit a priori minder is. Het is duidelijk anders. Door de mindere uitstraling winnen ze aan ingetogenheid. Of dat een echte ingetogenheid is vraag ik mij af. En dat was een van mijn vragen. Ik zie hetzelfde verschijnsel bij falsificaten, die digitaal gereproduceerd zijn. Een spanning, die in het origineel aanwezig is, valt bij de digitale reproductie weg. Uiteraard ben ik hier aan het gissen wat de oorzaak is; maar het roept vragen op. Een ding dat mij in ieder geval opvalt, is dat de ingetogenheid een uniform karakter heeft, en dan denk ik: hoe komt dat?

Jed
Er gaat een verschillende uitstraling van uit. Zo heb ik de uitstraling van de beelden van Edward Weston goed in mijn hoofd. Toen ik enige tijd terug op de veiling van Sotheby een druk van Weston zag hangen viel mij het verschil in uitstraling direct op. De subtiele levendigheid in de drukken van Weston ontbrak. En het is een publiek geheim dat de laatste jaren op Paris Photo weinig anders dan falsificaten te verkrijgen is. Overigens kun je met eenvoudige fysische middelen het bewijs leveren.
Tot zover de uitstraling van deze reproducties. Eerder gaf je al aan dat het matte oppervlak van de digitale print ook een rol kan spelen.Zeker dat kan ook een oorzaak zijn. Omdat er meerdere oorzaken zijn, is het niet eenvoudig de juiste oorzaak aan te wijzen. Een mat oppervlak is vaak de oorzaak dat de detaildoortekening wegvalt en daarmee de spanning in het beeld. Maar dit is toch papierafhankelijk. Neem het Portriga Rapid. Een mat papier; maar je kon de spanning behouden. Je kon hier niet direct van ingetogenheid spreken dan wel gedistingeerdheid. En laatst probeerde ik een halfmat kentmere papier. Je kon het zo in de vuilnisbak kiepen. Zo zie je maar dat de contrastoverdracht in het microgebied enorm van papier tot papier kan verschillen. En dat het drukproces dus ook een uiterst belangrijke factor in de totaliteit is.
Verder zijn er ook direct zichtbare zaken, waarvan we weten dat die belangrijk zijn voor de beeldkwaliteit van het uiteindelijke beeld. Ik noem de korrel maar. Als je die gaat wegdigitaliseren, krijg je een nieuwe microstructuur ( de digikorrel) met zijn eigen uitstraling. Wat je van die uitstraling vind iis ieder zijn eigen voorkeur. Het komt op mij wat strak en mechanisch over. Maar waar ik het meest over val is dat de uitstraling zo constant is. Het is net uniekaas; nooit een variatie.De pixels staan altijd in dezelfde rijen.

Jed