Als kind kreeg ik van mijn ouders een plasic camaraatje zo groot als een 110 rolletje. Hiermee heb ik veel vakanties gedocumenteerd. Later kreeg ik van mijn opa zijn oude Neoca zoekercamera. Na veel zeuren kreeg ik van mijn ouders ook buiten de vakanties wat rolletjes en kon ik het hele jaar door fotograferen.

Op de middelbare school had ik een vriend met wat fotografische kennis en een spiegelreflexcamera. Ik herkende het soort camera en zocht op zolder de oude Praktica van mijn vader op. Deze had hij ooit, in een vlaag van verstandsverbijstering, gekocht. Hij heeft er nooit me kunnnen fotograferen: "Ik moet gewoon - klik - kunnen afdrukken."

Door deze vriend kreeg ik meer technische kennis van fotografie. Ook breidde ik de camera uit met extra objectieven en een flitser. Tijdens de middelbare school kreeg ik echter meer interesse in de elektronica en verdween de camera onder het stof. Enkel voor speciale gelegenheden werd deze even opgepoetst.

Pas jaren later, toen mijn elektronica-hobby was omgezet in een elektronica-beroep, kreeg ik weer heimwee naar de camera. Ik trok er weer op uit en schoot menig rolletje vol. Tegelijk begon ik veel te lezen over fotografie om zo mijn kiekjes in foto's te doen veranderen.

Sinds ik vorig jaar in een kringloopwinkel een doka-uitrusting aanschafte ben ik helemaal verkocht. De toen gekochte Opemus III werd al snel vervangen door een Opemus 5 met een hagelnieuw Rodenstock 50/2.8 objectief. Een permanente doka, helaas zonder stromend water, huisvest deze vergroter.
Wanneer ik mijzelf niet in het aardedonker opsluit fotografeer ik de banaliteit van het leven, maar ook landschappen. Verder wil ik me wat meer verdiepen in stillevens.

Naast de hooggeavanceerde analoge en - ik durf het hier haast niet te noemen - digitale camera's gebruik ik ook graag oude Agfa's (Click en Clack). Deze camera's zetten je weer met beide benen op aarde en brengen je terug naar de essentie van het fotograferen. Hoe je kunt eindigen met het begin.