Quote Originally Posted by Merlin View Post
Mijn antwoord was dat het diafragma zoveel licht doorlaat als het gat er in en dat dit niet afhankelijk is van het beeldvlak (de sensor), maar van de brandpuntsafstand en de grootte van het gat dat het diafragma vormt. Het kleiner maken van het gat in het diafragma heeft niet alleen effect op de rand van de beeldcirkel, maar op het hele beeld. Een diafragma van f/16 is voor alle filmvlakken (sensors) gelijk, of je nu cropped of full-frame hebt.
Weet iemand dit beter te formuleren, of mis ik wat?
Da's inderdaad het goede antwoord. De f/waarde is de verhouding tussen de brandpuntsafstand van de lens en de diameter van het gat van het diafragma. Gevolg is dat het een vaste maat is voor de hoeveelheid licht die de lens doorlaat, onafhankelijk van het formaat van de film of de sensor die er achter zit of de brandpuntsafstand van de lens. Als je f8 op een lens instelt, geeft dat een vaste hoeveelheid licht per cm2 sensor of film, maakt niet uit of dat een 18mm voor kleinbeeld of een 600mm voor 8"x10" is. Je kunt dus met één lichtmeter volstaan voor alle camerasystemen en alle lensen.
Een ander verhaal is de beeldcirkel van de lens, die bepaald wordt door de constructie van de lens. Die beeldcirkel van de lens zal in principe groter moeten zijn dan het formaat van de film of sensor waarvoor je hem gebruikt, tenzij je mooie donkere hoeken of zelfs een cirkel geprojecteerd wilt hebben. Vandaar dat lenzen maar beperkt uitwisselbaar zijn tussen de diverse cameraformaten - even voorbijgaand aan de mechanische complicaties: de beeldcirkel van de meeste kleinbeeldobjectieven is te klein om middenformaat uit te lichten en middenformaatlenzen hebben doorgaans een te kleine beeldcirkel voor grootformaat, etc. Dit is ook de reden dat een aantal lenzen voor het APS-formaat niet voor kleinbeeld te gebruiken is: hun beeldcirkel is te klein om de hele sensor af te dekken.
Doorgaans beperken fabrikanten de maat van de beeldcirkel tot het minimum om het formaat en de kosten van de lens te beperken. Je krijgt dan mechanische vignetering en die kan tamelijk abrupt zijn: tot hier en niet verder, maar omdat die lens vast op een gegeven camera zit, hoeft dat verder niet tot problemen te leiden.
Een andere vorm van vignetering komt voor bij groothoeken. Deze is veel geleidelijker dan de mechnische vignetering. Naarmate de beeldcirkel groter is in verhouding de brandpuntsafstand krijg je meer lichtafval naar de hoeken. Dat is eigen aan de constructie van de lens en deze vignetering laat slechts beperkt corrigeren. Het is dit effect waar Marco op doelt: groothoeken hebben per definitie een korte brandpunt in verhouding tot hun beeldcirkel en dus meer last van deze lichtafval. Dat leidt tot de situatie dat een 110 mm lens op een 8x10-camera een forse lichtafval zal hebben, waardoor je voor kitisch werk een speciaal filter nodig zult hebben. Op 4x5 is die lichtafval met dezelfde lens vrijwel te verwaarlozen. Schuif je een 6x7 rolfirmcassette in die camera dan hoef je er al helemaal geen rekening meer mee te houden, om over kleinbeeld maar te zwijgen.