De vraag die ik stelde is echter nog steeds openstaand.

Zoals ik het nu zie heb je een constante werkwijze waarbij je negatieven ongeveer 8/9 stops contrastomvang hebben. Dit betekend dus een verschil in densiteit tussen de hoge lichten en schaduwen van ca. 1,38 log D in je negatief.
Als je afdrukt op gradatie 3,5 dan kan dit papier een contrastomvang van 0,8 log D uit je negatief weergeven. Dit betekend m.i. dat je 0,58 log D die wel in je negatief aanwezig is niet benut in je afdruk. Afhankelijk van de gekozen belichtingstijd benut je het bovenste deel van je belichting (densiteit tussen 1,48 en 0,68) of het onderste deel van je belichting (densiteit tussen 0,9 en 0,1) of een gebied er tussenin, maar kun je niet de volledig ter beschikking staande toonschaal in 1 afdruk benutten. Is dit dan wat er gebeurt?

Guus